Datum: 16 november 2019.    

 

Kees Jan de Koning, bas-bariton, en Carolien Drewes, piano, voeren Winterreise (Winterreis) uit van Franz Schubert. Winterreise is een cyclus van 24 liederen (op. 89, D. 911). De eerste “Abtheilung” van twaalf liederen werd voltooid in februari 1827, de tweede met de overige twaalf in oktober van dat jaar. Het zijn 24 getoonzette gedichten van Wilhelm Müller voor zangstem en piano. Het verhaal lijkt betrekkelijk eenvoudig. Een jonge man wordt afgewezen en gaat daarop op reis. In het 24e  lied ontmoet hij de Leiermann, de speelman met de draailier, een verpersoonlijking van de dood. Er zijn vele analyses van de Winterreise gepubliceerd, ook van uitvoerende kunstenaars als Dietrich Fischer-Dieskau, Gerald Moore en Ian Bostridge. Vele commentatoren plaatsen de cyclus in een politiek-maatschappelijk kader. In zijn boek Willst zu meinen Liedern deine Leier drehn? maakt de Duitse componist Wolfgang Hufschmidt een uitgebreide muzikaal-semantische analyse. Volgens hem zit de Winterreise vol politiek-maatschappelijke kritiek. Volgens vrijwel alle commentaren symboliseert de winterreis de zoektocht van de mens naar zichzelf. Müllers gedichten werden in zijn tijd als middelmatig omschreven. Deze kwalificatie zou door censors in omloop zijn gebracht om zijn populaire status te ondermijnen. Winterreise kan ook geïnterpreteerd worden als een beschrijving van de door de Restauratie ‘bevroren’ maatschappij.