29 juni 2019

Gerben Budding, orgel, en Veenendaals Projectorkest o.l.v. Ad Verhage – Rheinberger en Poulenc

21 september 2019

St. Joris Kamerkoor o.l.v. Wouter Verhage – Evensong

12 oktober 2019

Odyssee ensemble – Bach, Fasch en Telemann

16 november 2019

Kees Jan de Koning en Carolien Drewes – Winterreise, Franz Schubert

14 december 2019

Koorschool Midden-Gelderland – Oudnederlandse Kerstliederen

21 december 2019

Koorschool Midden-Gelderland – Oudnederlandse Kerstliederen

25 januari 2020

Utrechts Conservatorium – Orkestmuziek

15 februari 2020

Las CanTantes – Muziek voor vrouwenkoor

7 maart 2020

Camerata Trajectina – instrumentaal uitgevoerde Nederlandse liederen

28 maart 2020

Johannes Passie, J.S. Bach

18 april 2020

Pianoduo Beth en Flo – o.a. Poulenc en Shostakovitch

23 mei 2020

Anouk de Jong, piano, en Hanneke Rouw, cello – Fauré, Rachmaninoff en Bruch

20 juni 2020

Petite Messe Solemnelle, Rossini

29 juni 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Gerben Budding, orgel, Silviya Savova-Hartkamp, viool, en Allard Hartkamp, cello

Werken van Joseph Gabriel Rheinberger en Francis Poulenc

m.m.v. een Veenendaals projectorkest

Programma 29 juni 2019

1.Suite voor orgel, viool, cello en orkest in c-mineur op. 149 (1887)
• Con moto
• Thema mit Veränderungen
• Sarabande
• Finale – con moto
Joseph Gabriel Rheinberger
(1839 – 1901)
2.Concerto pour orgue, orchestre à cordes et timbales
• Andante
• Allegro giocoso
• Subito andante moderato
• Tempo allegro. Molto agitatio
• Très calme: Lent
• Tempo de l' allegro initial
• Tempo d' introduction: Largo
Francis Poulenc (1899 – 1963)

Gerben Budding (*1987) is hoofdorganist van de St. Janskerk te Gouda (Moreau orgel, 1736) en stadsorganist van Gouda. Daarnaast is hij Vesperorganist van de Utrechtse Domkerk. Van september 2009 tot en met juni 2018 was hij hoofdorganist van de Grote Kerk te Gorinchem (Bätz-Witte orgel uit 1853) en Stadsorganist van Gorinchem. Hij geeft regelmatig orgelsoloconcerten in zowel binnen- als buitenland, en won prijzen op diverse orgel- en improvisatieconcoursen. Van zijn orgelspel verschenen meerdere CD’s. Gerben is ook actief als koor- en orkestdirigent. Zo is hij dirigent van COV Putten, COV Laus Deo Gouda, COV Excelsior Ede en orkest Intermezzo uit Gouda. Gerben heeft een uitgebreide lespraktijk voor o.a. orgel, piano en directie. Zijn opleiding ontving hij aan het Utrechts Conservatorium, bij onder meer Reitze Smits (orgel, improvisatie), Rob Vermeulen (koordirectie), Mark Lippe en Arnoud Heerings (kerkmuziek). Hij behaalde de diploma’s Bachelor en Master of Music, alsmede het diploma Kerkmusicus I voor orgel en cantoraat. Hij volgde masterclasses en privé-lessen orgel bij o.a. Louis Robilliard (Franck), Martin Haselböck (Bach) en Thierry Escaich (improvisatie). Hij volgde een aantal malen de Kurt Thomascursus voor orkestdirectie. Gerben is als hoofdorganist van de St. Janskerk te Gouda verantwoordelijk voor de kerkmuziek in de St. Janskerk. In die functie speelt hij iedere zondag twee diensten in de St. Janskerk. Doorgaans om 10.00 uur en 17.00 uur. Daarnaast speelt hij de trouw- en rouwdiensten in de St. Janskerk en in de andere wijkkerken. Ook kerkmuzikale vorming en toerusting van gemeenteleden behoren tot zijn taken. Naast zijn liturgische taken is hij betrokken bij de organisatie van (orgel)concerten en het onderhoud van de orgels. Als stadsorganist van Gouda brengt Gerben Budding de orgels van de stad Gouda, en in het bijzonder van de St. Janskerk, onder de aandacht van een breed publiek. Naast het concertante orgelspel worden er ook educatieve activiteiten ontplooid voor toeristen, schoolklassen enzovoort. Daarnaast speelt de stadsorganist bij officiële en/of feestelijke gebeurtenissen.

Silviya Savova-Hartkamp werd geboren in Bulgarije. Ze ontving haar eerste vioollessen op zevenjarige leeftijd, bezocht de L. Pipkow National Music School voor hoogbegaafde kinderen en ging daarna naar de Pancho Vladigerov muziekacademie in Sofia (in de klas van Prof. V. Stefanova), waar ze in 2007 afstudeerde met een Bachelor of Music. Ze studeerde vervolgens aan de Zürich University of the Arts, bij  prof. Josef Rissin waar ze in 2009 het concertdiploma met onderscheiding ontving. Ze studeerde verder bij prof. Rudolf Koelman en in 2012 rondde ze haar Masteropleiding af aan het ZhdK in Specialized Music als Performance-Soloist. Tijdens haar studie bij Prof. Koelman was zij ook zijn assistent. Ze volgde masterclasses bij Shlomo Mintz, Shmuel Ashkenazy, Ida Haendel, Haim Taub, Vadim Gluzman, Rudolf Koelman, Josef Rissin, Nora Chastain, Hagai Shaham en vele anderen. Ze was prijswinnaar op de 17e internationale vioolwedstrijd «Andrea Postachini», Italië, tijdens de 18e nationale vioolwedstrijd «S. Obretenow “Bulgarije, de Duttweiler-Hug concurrentie Zürich (kamermuziek), de Yehudi Menuhin” Live Music Now “Zwitserland, en in de” Master Margarita Foundation”. Ze trad op in tal van concerten en festivals in Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Canada, Frankrijk, Israël, Engeland en Bulgarije, zowel in kamermuziek concerten en als solist, onder anderen met het Bulgaarse symfonieorkest, het Orpheus Kamerorkest, Bulgarije; de Vraza Philharmonic en het Kayaleh Chamber Orchestra. Van 2011 tot eind 2012 speelde ze de eerste viool in het Musikkollegium Winterthur. Sinds januari 2013 is Silviya Savova-Hartkamp lid van het Kamerorkest van Zürich.

De in Veenendaal opgegroeide Allard Hartkamp begon op achtjarige leeftijd met cellospelen aan muziekschool De Muzen. Vanaf zijn zestiende studeerde hij in de Vooropleiding van het Utrechts Conservatorium bij Lenian Benjamins. Later behaalde hij zijn Bachelor diploma bij Jeroen den Herder aan het Conservatorium van Amsterdam en zijn Master diploma bij Raphael Wallfisch in Zürich, Zwitserland. Tijdens zijn studie was hij deelnemer bij talrijke masterclasses van gerenommeerde cellisten en studeerde in het bijzonder veel kamermuziek. Na zijn studie was hij werkzaam in vele professionele orkesten en kamermuziekformaties, onder andere als eerste cellist van het Sinfonieorchester Liechtenstein. Concertreizen voerden hem naar vele Europese landen en ook naar Azië. Meer dan eens werd hij uitgenodigd zelf workshops en masterclasses te geven, bijvoorbeeld in Diyarbakir, Turkije en in Bangalore, India. Nog steeds woonachtig in Zwitserland, begon hij geleidelijk aan steeds meer te dirigeren. Daarnaast begon hij weer te studeren en behaalde in Zürich zijn diploma Kerkmuziek en Koordirectie. Vandaag de dag is hij muzikaal actief als cellist, cellodocent aan Musikschule Konservatorium Zürich en dirigent van diverse koren. Daarnaast is hij organisatorisch actief als bestuurslid van de Schweizerische Kirchengesangsbund, de koepelorganisatie van protestantse kerkkoren in Zwitserland, waar hij o.a. verantwoordelijk is voor de organisatie van zingweken en koorreizen.

Joseph Gabriel Rheinberger , wiens vader de penningmeester was van Aloys II, prins van Liechtenstein , toonde op jonge leeftijd uitzonderlijk muzikaal talent. Toen hij nog maar zeven jaar oud was, functioneerde hij al als organist van de parochiekerk van Vaduz , en zijn eerste compositie werd het jaar daarop uitgevoerd. In 1849 studeerde hij bij de componist Philipp M. Schmutzer (31 december 1821 – 17 november 1898) in Feldkirch, Vorarlberg. 

In 1851 gaf zijn vader, die zich aanvankelijk had verzet tegen het verlangen van zijn zoon om het leven van een professionele muzikant te beginnen, toe en liet hem naar het Conservatorium van München gaan, waar hij les kreeg van Franz Lachner. Niet lang na zijn afstuderen werd hij professor in piano en compositie aan dezelfde instelling. Toen deze eerste versie van het Conservatorium van München werd ontbonden, werd hij benoemd tot repetitor aan het Court Theatre, waar hij in 1867 ontslag nam.

Rheinberger trouwde in 1867 met zijn voormalige leerling, de dichter en socialist Franziska “Fanny” von Hoffnaass. Het echtpaar bleef kinderloos, maar het huwelijk was gelukkig. Franziska schreef de teksten voor veel van het vocale werk van haar man.De stilistische invloeden op Rheinberger varieerden van tijdgenoten als Brahms tot componisten uit vroegere tijden, zoals Mendelssohn, Schumann , Schubert en vooral Bach . Hij was ook een liefhebber van schilderkunst en literatuur (vooral Engels en Duits).

In 1877 werd hij benoemd tot hofdirigent, verantwoordelijk voor de muziek in de koninklijke kapel. Hij ontving vervolgens een eredoctoraat van Ludwig Maximilian University in München . Hij was een gedistingeerde leraar, hij telde vele Amerikanen onder zijn leerlingen, waaronder Horatio Parker, William Berwald, George Whitefield Chadwick , Bruno Klein en Henry Holden Huss. Andere studenten van hem waren belangrijke figuren uit Europa: de Italiaanse componist Ermanno Wolf-Ferrari, de Duitse componisten Engelbert Humperdinck, Richard Strauss en de dirigent (en componist) Wilhelm Furtwängler. Toen het tweede (en huidige) Conservatorium van München werd opgericht, werd Rheinberger benoemd tot Koninklijk Hoogleraar orgel en compositie, een functie die hij de rest van zijn leven bekleedde. Op 31 december 1892 stierf zijn vrouw, na aan een lange ziekte te hebben geleden. Twee jaar later zorgde een slechte gezondheid ervoor dat hij de functie van Court Music Director op zich nam.

Rheinberger was een productieve componist. Zijn religieuze werken omvatten twaalf missen (één voor dubbel koor, drie voor vier stemmen a capella , drie voor vrouwenstemmen en orgel, twee voor mannenstemmen en één met orkest), een Requiem en een Stabat Mater. Zijn andere werken omvatten verschillende opera’s, symfonieën, kamermuziek en koorwerken.

Vandaag wordt Rheinberger vooral herinnerd door zijn uitgebreide en uitdagende orgelcomposities; deze omvatten twee concerto’s, 20 sonates in 20 verschillende toonsoorten (hij had het plan om een serie van 24 sonates te maken in alle toonsoorten), 22 trio’s en 36 solostukken. Zijn orgelsonates werden ooit beschouwd als ongetwijfeld de meest waardevolle toevoeging aan orgelmuziek sinds de tijd van Mendelssohn. Ze worden gekenmerkt door een geslaagde vermenging van de moderne romantische geest met een meesterlijk contrapunt en een waardige orgelstijl.

Rheinberger stierf in 1901 in München en werd begraven in het Alter Südfriedhof. Zijn graf werd vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zijn stoffelijk overschot werd in 1950 naar zijn geboortestad Vaduz verplaatst.

Het Concert voor orgel, strijkers en pauken (Frans: Concerto pour orgue, orchestre à cordes et timbales) is een orgelconcert in g-mineur van de Franse componist Francis Poulenc. De opdracht tot een orgelconcert kwam in 1934 van Poulencs mecenas Winnaretta Singer. Zij wilde een stuk voor orgel en kamerorkest met een eenvoudige orgelpartij, zodat zij deze misschien zelf zou kunnen spelen. De opdracht was eerder geweigerd door Jean Françaix. Het werk dat Poulenc in gedachte had was groots en ambitieus en hij liet de oorspronkelijke opdracht daarom al snel los. Het eerder door hem gecomponeerde concert voor klavecimbel en het concert voor twee piano’s waren eenvoudige lichte stukken geweest. Hij schreef in een brief aan Françaix “…dat dit concert niet de aimabele Poulenc van het concert voor twee piano’s laat zien, maar eerder een Poulenc die op weg is naar het klooster”. De dood van zijn collega en vriend Pierre-Octave Ferroud in de lente van 1936 deed Poulenc besluiten op bedevaart naar de Zwarte Madonna van Rocamadour te gaan. Hier hervond hij het christelijk geloof, wat merkbaar was in de religieuze werken die hij daarna zou componeren. Ook in het nog niet voltooide orgelconcert is dit merkbaar. Poulenc had nooit eerder voor orgel gecomponeerd en daarom ging hij zich verdiepen in de grote barokke orgelwerken van Johann Sebastian Bach en Dieterich Buxtehude. Invloeden hieruit geven het stuk een neobarokke uitstraling. Voor onder andere de registratie liet Poulenc zich adviseren door organist Maurice Duruflé. Duruflé was ook de organist tijdens de besloten première van het stuk op 16 december 1938, gedirigeerd door Nadia Boulanger in de salon van Winnaretta Singer. De eerste openbare uitvoering was in juni 1939 in de Salle Gaveau in Parijs. Dirigent was Roger Désormière en Maurice Duruflé was wederom de organist. De reden voor deze relatief kleine bezetting is dat het stuk in kleine ruimtes met een orgel kon worden opgevoerd. Dergelijke salons, zoals ook die van Winnaretta Singer, waren destijds vrij populair in Frankrijk. Het orgel in de salon van Singer was van de hand van orgelbouwer Cavaillé-Coll, die naast kerkorgels ook orgels voor kleinere zalen bouwde. Het stuk duurt iets langer dan 20 minuten en bestaat uit één deel waarin zeven tempowisselingen zijn aangegeven:

Andante, Allegro giocoso, Subito andante moderato, Tempo allegro. Molto agitatio, Très calme: Lent, Tempo de l’ allegro initial, Tempo d’ introduction: Largo

Ieder deel ademt een andere sfeer. Met name de eerste delen zijn sterk en dramatisch met indrukwekkende orgelakkoorden; de middelste delen zijn rustiger.

21 september 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

St. Joris Kamerkoor o.l.v. Wouter Verhage

Evensong

Programma 21 september 2019

1.Het programma is nog niet bekend.
2.
3.

12 oktober 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Odyssee ensemble – Bach, Fasch en Telemann

Programma 12 oktober 2019

1.Het programma is nog niet bekend.
2.
3.
4.
5.
6.
7.

Contact:

info@westerkerkmuziekveenendaal.nl

Donaties

Uw donaties zijn van harte welkom op
IBAN: NL27 RABO 0157390217 t.n.v.
Stichting Westerkerkmuziek Veenendaal