21 september 2019

St. Joris Kamerkoor o.l.v. Wouter Verhage – Evensong

12 oktober 2019

Ensemble Odyssee – Bach, Fasch en Telemann

16 november 2019

Kees Jan de Koning en Carolien Drewes – Winterreise, Franz Schubert

14 december 2019

Koorschool Midden-Gelderland – Oudnederlandse Kerstliederen

25 januari 2020

Utrechts Conservatorium – Orkestmuziek

15 februari 2020

Las CanTantes – Muziek voor vrouwenkoor

7 maart 2020

Camerata Trajectina – instrumentaal uitgevoerde Nederlandse liederen

28 maart 2020

Johannes Passie, J.S. Bach

18 april 2020

Pianoduo Beth en Flo – o.a. Poulenc en Shostakovitch

23 mei 2020

Hanneke Rouw, cello, en Sofia Vasheruk, piano – Shostakovich, Rachmaninoff en Mendelssohn

20 juni 2020

Petite Messe Solemnelle, Rossini

21 september 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

St. Joris Kamerkoor o.l.v. Wouter Verhage

Evensong

Programma 21 september 2019

1.Organ Voluntary: March in GHenry Smart (1813 – 1879)
2.Introitus: O clap your handsOrlando Gibbons (1583 – 1625)
3.Processional Hymn: Angels voices ever singing
1) Choir
2) Choir
3) Choir
4) Choir
5) All
Arr. Stephen Jackson (*1951)
4.PrecesRichard Ayleward (1626–1669)
5.Psalm: Psalm 98John Randall (1715–1799)
6.Psalm: Psalm 150Charles Villiers Stanford (1852 – 1924)
7.1st reading: 2 Chronicles 5 : 11 - 14
8.Magnificat in DGeorge Dyson (1883 – 1964)
9.2nd reading: Philippians 4 : 4 - 9
10.Nunc Dimittis in DGeorge Dyson (1883 – 1964)
11.Hymn: O Praise ye the Lord
1) All
2) All and choir
3) choir
4) All
Arr. David Hill (* 1957)
12.Credo, read
13.ResponsesRichard Ayleward (1626–1669)
14.Uit Chandos-anthem nr. 9, HWV 254 ‘O praise the Lord with one consent’
• O praise the Lord with one consent
• With Cheerful notes
• Ye boundless realms
Georg Frideric Händel (1685 – 1759)
15.Final Hymn: Ye holy angels bright
1) All
2) Choir
3) Choir
4) All
Arr. Keith Roberts (*1971)
16.Final Blessing:– The peace of GodJohn Rutter (*1945)
17.Final ResponsesEdward W. Naylor (1867 – 1934)
18.Organ Voluntary: Toccata in sevenJohn Rutter (*1945)

De liturgische vorm van een Choral Evensong ontstond bijna 500 jaar geleden en is een samensmelting van vesper en completen, dagelijks nog gevierd in veel grote Engelse kathedralen. Op enkele korte, gesproken bijdragen na wordt een Evensong in zijn geheel gezongen. De orde van dienst ligt grotendeels vast en is te vinden in het Book of Common Prayer.

De vaste onderdelen zijn:

  • de preces (een aantal vaste verzen en responsies);
  • een of meer psalmen (die zingend worden gereciteerd)
  • een Bijbellezing uit het Oude Testament die wordt afgesloten met het Magnificat, de lofzang van Maria
  • een Bijbellezing uit het Nieuwe Testament afgesloten met het Nunc Dimittis, de lofzang van Simeon
  • de geloofsbelijdenis
  • verschillende responses (gezongen en gereciteerde gebeden waaronder het Onze Vader en het gebed van de dag)
  • een of twee anthems (uitgebreide toonzettingen van Bijbelteksten)
  • enkele hymns worden in de Choral Evensong in samenzang gezongen

Het is de combinatie van stijlvolle, hoogwaardig uitgevoerde (koor)muziek, ingebed in een eeuwenoud ritueel dat een Choral  Evensong zo bijzonder maakt. Een handboek voor Anglicaans ceremonieel verwoordt het als volgt: Als eredienst betekent dat Gods kinderen hun Schepper de lof toezingen dan moet een eredienst ook het beste laten zien wat we als mensen te bieden hebben. Dit is geen poging om de perfectie van God te evenaren, het is een poging om de perfectie van God te vieren. Dit op een ordelijke manier, in prachtige kunst, gevoelige poëzie en hemelse muziek. Dit als een offer aan God tot Zijn glorie. In deze Evensong wordt het jubileumjaar van de serie Westerkerkmuziek Veenendaal geopend en het concert is om die reden extra feestelijk. Vandaar de titel ‘a festive evensong’.

Het St. Joris Kamerkoor is een gemengd kamerkoor met als standaardbezetting acht sopranen, acht alten, zes tenoren en zes bassen. Na het vertrek van Bas Ramselaar in november 2016 heeft het koor Wouter Verhage benoemd als tijdelijke dirigent. Op 25 maart 2017 werd o.a. een zeer succesvol concert gegeven met het Glasgow Chamber Choir en het Amersfoorts Jeugd Orkest in de St. Joriskerk in Amersfoort. In mei 2017 heeft het koor Wouter Verhage benoemd tot de nieuwe vaste dirigent. Het slotconcert van de Bachdag Amersfoort 2018 in de St. Joriskerk vormde op 13 oktober 2018 een nieuw hoogtepunt met de uitvoering van o.a. enkele van de zogenaamde ‘Ratswahlcantates’ en het motet ‘Fürchte dich nicht’. 

Het koor zingt religieuze en religieus geïnspireerde muziek van alle tijden. Daarin wordt de tekst en muziek als onlosmakelijk-met-elkaar-verbonden beschouwd. Het koor is er vooral op gericht om door de muziek uitdrukking te geven aan de betekenis van de composities.

De ambitie is om in Amersfoort en omstreken één van de toonaangevende kamerkoren te zijn. Dat wordt nagestreefd door thematische programma’s uit te voeren, waarin niet terug geschrokken wordt voor een hoge moeilijkheidsgraad. Het koor wil een hoge kwaliteit realiseren in expressie, zangtechniek en samenklank. Van de leden wordt o.a. verlangd dat ze een goede stembeheersing hebben, bij voorkeur klassiek zijn geschoold, zelfstandig kunnen zingen, aantoonbaar ruime koorervaring en aantoonbare leesvaardigheid van blad hebben en dat de kleuring van de stem past in het koor. 

Het koor treedt acht tot tien maal per jaar op, zowel in concerten als in religieuze context. Als de mogelijkheid zich aandient, treedt men daarbij incidenteel graag buiten de gebaande paden, zoals bijvoorbeeld bij de medewerking aan het project ‘Bach & bleekwater’ van Esther Apituley in januari 2016 en de proloog van de opera ‘Hamlet’ van Ambroise Thomas in maart 2018.

Wouter Verhage studeerde hoofdvak Docent Muziek, Koordirectie en Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Tijdens zijn studie volgde hij cellolessen bij Annika Sternlöf, Floris Mijnders en Anne van Laar, koordirectie bij Jos van Veldhoven en Jos Vermunt, en kerkmuziek bij Theo Goedhart. Ook volgde hij een minorstudie zang bij Kees-Jan de Koning, Michael Chance en Peter Kooij en was hij als zanger vaak actief bij projecten van de afdeling Oude Muziek.
Naast zijn conservatoriumstudie volgde Wouter diverse dirigeercursussen, waaronder de Kurt Thomascursus en de Canford Summer School of Music: een zomercursus voor orkestdirectie. Wouter zingt bij diverse gespecialiseerde ensembles zoals het Nederlands Kamerkoor, de Nederlandse Bachvereniging, Capella Amsterdam, Laurens Collegium Rotterdam, Bachkoor Holland, Kamerkoor Ars Musica en het Noëma-ensemble.

Naast het St. Joris Kamerkoor is Wouter dirigent van het Haags Matrozenkoor, het Monteverdi Kamerkoor Utrecht, het Leids Cantate Consort en is hij op projectbasis werkzaam bij de Kathedrale Koorschool in Utrecht. Met MaNOj Kamps richtte hij in Den Haag de Stichting 20/21 op, met als doel (minder bekende) muziek van na 1900 voor het voetlicht te brengen, waar mogelijk in combinatie met andere kunstdisciplines.

Wouter is er vurig van overtuigd dat de Nederlandse jeugd meer zou moeten zingen en vanuit dat ideaal zet hij zich al sinds 2004 in voor kinderen en jongeren op basis- en middelbare scholen. Zo organiseerde hij talloze schoolprojecten rondom klassieke muziek, zoals het zingen van Händels Messiah, het bezoeken van het War Requiem van Britten en scholierenvoorstellingen van de Johannes en Matthäus Passion van Bach. Bij de Nederlandse Opera en Opera2day maakt hij projecten met bovenbouwleerlingen van het voorgezet onderwijs.

12 oktober 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Ensemble Odyssee

Anna Stegmann, blokfluit solo; Georg Fritz, blokfluit en hobo solo; Eva Saladin, viool solo; Andrea Friggi, klavecimbel solo; Ivan Iliev, Nadine Henrichs, viool; David Alonso Molina, altviool; Agnieszka Oszańca, cello; Carina Cosgrave, violone

Bach, Fasch en Telemann

Programma 12 oktober 2019

1.Suite in e, TWV 55:e2
voor blazers, strijkers en basso continuo
• Ouverture
• Rondeaux
• Bourrée
• Menuet I
• alternativement Menuet II
• Gigue
Georg Philipp Telemann (1681-1767)
2.Concerto in d, FaWV L:d2 (1735-45)
voor hobo, strijkers en basso continuo
• Allegro
• Andante
• Allegro
Johann Friedrich Fasch (1688-1785)
3.Ouverture in F, GWV 447 (ca. 1741)
voor blokfluit, strijkers en basso continuo
• [Ouverture]-Allegro
• La Speranza: Tempo giusto
• Air en Gavotte
• Menuet
• Plaisanterie
Christoph Graupner (1683-1760)
4.Concerto in d, BWV1052R (ca. 1730)
reconstructie naar klavecimbelconcert BWV1052 voor viool, strijkers en basso continuo
• (Allegro)
• Adagio
• Allegro
Johann Sebastian Bach (1685 – 1750)

Ensemble Odyssee, met als kernbezetting Eva Saladin (viool), Anna Stegmann (blokfluit), Georg Fritz (hobo) en Andrea Friggi (klavecimbel) is een in Amsterdam gevestigd barokensemble dat zichzelf als één van de jonge exponenten van de oude-muziekbeweging in Nederland ziet. Het ensemble maakt gebruik van baanbrekend musicologisch onderzoek om de grenzen van hun artistieke creativiteit te verleggen.

Door middel van de historische uitvoeringspraktijk wordt gepoogd om klanken uit het verleden te doen herleven en aan het moderne publiek te presenteren in verschillende bezettingen, van een kamermuziekensemble tot een heel orkest. Door de inventieve programmering van barokmuziek wil het ensemble de ontwikkelingen in de oude-muziekmarkt in Nederland en daarbuiten voortzetten. De eerste cd’s van het Ensemble Odyssee zijn gewijd aan onbekend Napolitaans repertoire uit de zeventiende eeuw met vocale solisten. De meest recente CDs ontdekken weinig bekende Engelse concerten voor instrumentale solisten uit het ensemble zelf.

Het kamermuziekensemble was laureaat van het International Van Wassenaer Concours en heeft sindsdien samengewerkt met gastsolisten zoals de sopranen Raffaella Milanesi en Claron McFadden en coutertenor Filippo Mineccia.

De vier componisten Georg Philipp Telemann, Johann Friedrich Fasch, Christoph Graupner en Johann Sebastian Bach zijn met elkaar verbonden door een gebeurtenis in het jaar 1722: de dood van Johann Kuhnau, Thomaskantor in Leipzig. Het bestuur van de Thomaskirche was dringend op zoek naar een opvolger en bovengenoemde vooraanstaande componisten kwamen voor de post in aanmerking. Zoals we weten heeft Bach de “strijd” uiteindelijk gewonnen, hoewel hij eigenlijk de laatste keus was: nadat Telemann als eerste werd uitgekozen en het eervolle aanbod vervolgens afsloeg, trokken ook Fasch en Graupner zich terug om zo Bach vrij baan te laten.

De rivaliteit tussen de vier heren weerspiegelt zich in de bezetting van de voor dit programma uitgekozen werken: het zijn overwegend concerten waarin één instrument een solistische rol speelt. Natuurlijk heeft er nooit een echte confrontatie tussen de componisten plaatsgevonden en kan zo’n samenspel tussen “concurrerende” collega’s alleen maar op vriendschappelijke basis plaatsvinden, daarom is de titel In Freundschaft. Het is een van onze belangrijkste overtuigingen, dat de musici in een ensemble als het ware tot één organisme moeten versmelten.

Alle vier de componisten hebben muziek geschreven in elk genre dat in dit programma voorkomt. Het is dus slechts een voorbeeld van een selectie uit dit repertoire en illustreert de verschillende bezettingen die men met een negenkoppige groep kan creëren, het contrast tussen solo en tutti, kamermuziek en orkestspel en anderzijds ook het vervagen van deze grenzen.

Om voor afwisseling te zorgen hebben we ervoor gekozen om het concert van Bach in de minder gespeelde versie ten gehore te brengen. Het was in die tijd een veel voorkomend fenomeen, dat componisten hun eigen werken “hergebruikten“, voor een ander instrument arrangeerden of als deel van een heel ander stuk inzetten. Bovendien bieden de werken van de vier genoemde componisten ons de mogelijkheid om in één concert verschillende stijlen te presenteren: kenmerkend voor het Duitse repertoire in de eerste helft van de 18de eeuw zijn de invloeden uit zowel Frankrijk als Italië.

De beknopte suite in e-klein van Georg Philipp Telemann is met zijn ouverture en de daaropvolgende dansen de meest Franse bijdrage aan dit programma. De belangrijkste partij in deze stijl is de melodiestem, die naar traditie door zo veel mogelijk instrumenten gespeeld dient te worden. We hebben voor het begin van het concert de kans gezien om alle strijkers en blazers in een tuttistuk te combineren, waarna zich in de rest van het programma telkens één instrument in meer of mindere mate emancipeert.

Het hoboconcert van Johann Friedrich Fasch is een soloconcert in klassieke zin: het bestaat uit virtuoze solopassages afgewisseld met ritornellen in het strijkorkest, de standaardvorm van het Italiaanse concert die als basis van dit genre in heel Europa en tot in de twintigste eeuw componisten geïnspireerd heeft. De Italiaanse invloed blijkt ook uit het feit dat het stuk niet zoals de gebruikelijke Duitse concerten vier, maar drie delen heeft, en dat het melodische materiaal in de solopassages vaak op gebroken akkoorden gebaseerd is, wat sterk aan de concerten van Vivaldi herinnert. Dat Fasch zich door Vivaldi liet inspireren is heel plausibel omdat er in de inventaris van Zerbst, waar hij vanaf 1722 hofkapelmeester was, vele werken van Vivaldi aanwezig zijn.

De suite in F van Graupner is geen Franse suite in de traditionele zin. Hoewel de vorm aan de eerder gehoorde suite van Telemann herinnert, is er geen sprake van beknopte dansmuziek en wijkt ook de stijl van de originele Franse voorbeelden af. Een suite als deze maakt deel uit van een belangrijk genre in het Duitsland vanaf de vroege 18de eeuw: evenals Graupner schreven ook Telemann, Fasch en Bach en vele anderen zulke door Frankrijk geïnspireerde maar vaak toch niet geheel stijlechte orkestwerken. Kenmerkend is de solistische rol van de blazers: de melodiestemmen spelen niet meer unisono, maar worden door de componist „georkestreerd“ en in verschillende instrumentgroepen verdeeld. Een vandaag vaak op het podium te horen voorbeeld is Telemanns suite in a-klein voor blokfluit en orkest, die de fluit op een vergelijkbare manier inzet als Graupner het hier doet: hij fungeert als enkel solo-instrument tegenover de strijkers en laat de suite zo op een blokfluitconcert lijken. Interessant is dat de fluit in dit geval, anders dan in Telemanns suite in a-klein, alleen af en toe echte solopassages heeft. Er bestaat een spannende afwisseling tussen het soleren en het toevoegen van kleuren aan de tuttiklank van het orkest. Dit gebeurt door het omspelen van de melodielijnen van de eerste viool of zelfs door het verdubbelen van deze stem in sommige passages, zoals we het uit de Franse suites kennen.

Het vioolconcert van Bach is een ingewikkelder geval: het gaat hier om een reconstructie of liever gezegd een arrangement, omdat het werk slechts in verschillende versies voor klavecimbel of orgel solo overgeleverd is. Men vermoedt echter dat er net als bij alle andere klavecimbelconcerten van Bach een origineel voor viool moet hebben bestaan, geïnspireerd door de vioolconcerten van Vivaldi. Uit de klavecimbel- en orgelpartij van de verschillende bronnen, o.a. een transcriptie van C.P.E. Bach en de cantate BWV 146, wordt tamelijk snel duidelijk wat de viool ongeveer gespeeld moet hebben, hoewel het niet uit te sluiten valt, dat de concerten meer van elkaar verschilden omdat de twee instrumenten een verschillend idioom met verschillende melodische en virtuoze mogelijkheden hebben. Er moeten hoe dan ook keuzes gemaakt worden, waarbij de muziekwetenschapper zich uitsluitend op het aanwezige materiaal baseert, terwijl de violist vanuit zijn praktisch oogpunt wellicht tot andere conclusies komt en daarmee eerder een arrangement dan een reconstructie maakt. Typisch voor Bachs concerten zijn o.a. de verstrengelingen tussen solo- en tutti-stemmen en de emancipatie van de altviool als basinstrument.

16 november 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Kees Jan de Koning en Carolien Drewes

Winterreise, Franz Schubert (1797 – 1828)

Programma 16 november 2019

1. “Gute Nacht"
2. "Die Wetterfahne"
3. "Gefror'ne Thränen"
4. "Erstarrung"
5. "Der Lindenbaum"
6. "Wasserflut"
7. "Auf dem Flusse"
8. "Rückblick"
9. "Irrlicht"
10. "Rast"
11. "Frühlingstraum"
12. "Einsamkeit"
13. "Die Post"
14. "Der greise Kopf"
15. "Die Krähe"
16. "Letzte Hoffnung"
17. "Im Dorfe"
18. "Der stürmische Morgen"
19. "Täuschung"
20. "Der Wegweiser"
21. "Das Wirtshaus"
22. "Mut"
23. "Die Nebensonnen"
24. "Der Leiermann"
2.

Winterreise (Winterreis) is een cyclus van 24 liederen van Franz Schubert (op. 89, D. 911). De eerste “Abtheilung” van twaalf liederen werd voltooid in februari 1827, de tweede met de overige twaalf in oktober van dat jaar. Het zijn 24 getoonzette gedichten van Wilhelm Müller voor zangstem en piano.

Het verhaal lijkt betrekkelijk eenvoudig. Een jonge man wordt afgewezen en gaat daarop op reis. In het 24e  lied ontmoet hij de Leiermann, de speelman met de draailier, een verpersoonlijking van de dood. Er zijn vele analyses van de Winterreise gepubliceerd, ook van uitvoerende kunstenaars als Dietrich Fischer-Dieskau, Gerald Moore en Ian Bostridge. Vele commentatoren plaatsen de cyclus in een politiek-maatschappelijk kader.

In zijn boek Willst zu meinen Liedern deine Leier drehn? maakt de Duitse componist Wolfgang Hufschmidt een uitgebreide muzikaal-semantische analyse. Volgens hem zit de Winterreise vol politiek-maatschappelijke kritiek.

Volgens vrijwel alle commentaren symboliseert de winterreis de zoektocht van de mens naar zichzelf. Müllers gedichten werden in zijn tijd als middelmatig omschreven. Deze kwalificatie zou door censors in omloop zijn gebracht om zijn populaire status te ondermijnen. Winterreise kan ook geïnterpreteerd worden als een beschrijving van de door de Restauratie ‘bevroren’ maatschappij.

Kees Jan de Koning (1961) studeerde eerst blokfluit aan het Utrechts Conservatorium. Tijdens het afronden van zijn eerste studie in 1983 begon hij met zanglessen. In 1992 sloot hij zijn zangopleiding af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

In 1992 werd Kees Jan zangdocent aan het Koninklijk Conservatorium. Hij vormt het fundament van het vermaarde Quink Vocaal Ensemble. Hij zingt regelmatig bij internationale ensembles zoals het Huelgas Ensemble, het Gesualdo Consort Amsterdam, het Egidius Kwartet en Weser Renaissance. Als solist treedt hij op in opera- en oratoriumconcerten. De laatste jaren werkt Kees Jan ook als projectdirigent en vocale koorcoach. Kees Jan maakt sinds 1992 deel uit van het Nederlands Kamerkoor.

Pianiste Carolien Drewes heeft een ruime ervaring op het gebied van kamermuziek en liedbegeleiding. Naast haar werkzaamheden op het concertpodium is zij sinds 1997 als pianist/coach verbonden aan de zangafdeling van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

Haar voornaamste passie geldt de liedbegeleiding. Zij werkte met Rudolf Jansen tijdens haar specialisatie liedbegeleiding aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Deze interesse kreeg een vervolg door cursussen bij de bekende liedpianisten Roger Vignoles, Wolfram Rieger, Graham Johnson, de Schubert Masterclass van Robert Holl en Rudolf Jansen te Amsterdam en masterclasses in Zwitserland, Londen en Wenen. Ze is regelmatig te horen in liedrecitals en muziektheatrale voorstellingen. Tevens verleent ze haar medewerking aan operaproducties.

Contact:

info@westerkerkmuziekveenendaal.nl

Donaties

Uw donaties zijn van harte welkom op
IBAN: NL27 RABO 0157390217 t.n.v.
Stichting Westerkerkmuziek Veenendaal