23 februari 2019

Sietze de Vries – Improvisatieconcert

23 maart 2019

Erik van der Heijden, Dick Troost, Ad Verhage – Verschillende toetsinstrumenten

13 april 2019

Veenendaals Kamerkoor o.l.v. Herman Mussche  – Stabat Mater, Haydn

18 mei 2019

Annemieke IJzerman, harp, Erik van der Heijden, orgel

29 juni 2019

Gerben Budding, orgel, en Veenendaals Projectorkest o.l.v. Ad Verhage – Rheinberger en Poulenc

21 september 2019

St. Joris Kamerkoor o.l.v. Wouter Verhage – Evensong

12 oktober 2019

Odyssee ensemble – Bach, Fasch en Telemann

16 november 2019

Kees Jan de Koning en Carolien Drewes – Winterreise, Franz Schubert

21 december 2019

Koorschool Midden-Gelderland – Oud-Nederlandse Kerstliederen

21 of 28 maart 2020

Johannes Passie, J.S. Bach

20 juni 2020

Petite Messe Solemnelle, Rossini

23 februari 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Orgelconcert door Sietze de Vries

Improvisaties

De thema’s, cq. liederen waarover Sietze de Vries gaat improviseren, worden een dag voor het concert aangereikt (nr. 2 en 4), c.q. op de dag van het concert gekozen door het publiek (nr.1 en 3).

Programma 23 februari 2019

1.Improvisatie 1: "Orgelprobe" (zie toelichting hieronder)
• Prealudium
• Fuge
• Koraal
• Variationen
• Postludium und Chaconne
Stijloriëntatie – Duitsland, 1e helft 18e eeuw
2.Improvisatie 2: Andante op een thema van Ron van EffrinkStijloriëntatie – Engeland, 19e eeuw
3.Improvisatie 3: 'Doppelthema mit variationen' over twee oudhollandse liederenStijloriëntatie – Oostenrijk 2e helft 18e eeuw
4.Improvisatie 4: Impressionistische schilderijenStijloriëntatie – Frankrijk, 2e helft 19e eeuw/1e helft 20e eeuw

Musiceren vanuit innerlijke voorstelling en eigen creativiteit; dat is in het kort het credo van organist en kerkmusicus Sietze de Vries (1973), die zich daarnaast volop inzet voor het ontwikkelen van jong talent.

Sietze de Vries is internationaal werkzaam als concert-organist en kerkmusicus. Hij ontving zijn professionele opleiding onder meer van Wim van Beek en Jos van der Kooy. Aan het conservatorium van Groningen behaalde hij het diploma Docerend Musicus (Bachelor), aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag het diploma Uitvoerend Musicus (Master) en de Aantekening Improvisatie. Aan de Hogeschool te Alkmaar studeerde hij af als Kerkmusicus met bevoegdheidsverklaring I. In de periode 1987-2002 schreef hij maar liefst vijftien prijzen op zijn naam bij diverse nationale en internationale orgelconcoursen. Een afsluitend hoogtepunt van die periode was het winnen van het internationale improvisatieconcours te Haarlem in 2002, waarvan hij ook al tweemaal eerder finalist was.

Werk
In het nieuwe millennium nam de carrière van Sietze de Vries ook internationaal een hoge vlucht: hij concerteert in vele Europese landen, maar ook in de Verenigde Staten, Canada, Rusland, Zuid-Afrika en Australië. Als (improvisatie)docent wordt hij internationaal veel gevraagd en is hij ook verbonden aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen. Sietze de Vries is organist van de Martinikerk te Groningen, als opvolger van Wim van Beek. Als artistiek leider van het Orgel Educatie Centrum Groningen, promoot hij het historische orgelbezit van de provincie, met als uitvalsbasis de Petruskerk te Leens.

Jong talent
Naast zijn werk als concerterend en docerend organist, is hij internationaal actief als excursie-leider, geeft hij lezingen en masterclasses en maakt hij speciale kinderprogramma’s rondom het orgel. Zijn betrokkenheid bij het ontwikkelen van jong talent blijkt ook uit het feit dat hij naast de Roden Girl Choristers ook jarenlang begeleider was van het Roder Jongenskoor en het Kampen Boys Choir, die in Engels-Anglicaanse traditie musiceren. Artikelen van zijn hand over kerkmuziek, orgelbouw en improvisatie verschijnen regelmatig in diverse internationale bladen. Als redacteur orgelbouw is Sietze de Vries werkzaam is voor vakblad ‘Het Orgel’.

Meer informatie: www.sietzedevries.nl en www.jsbrecords.nl voor een overzicht van zijn werken (CD, DVD).

* Orgelprobe: De ‘standaard’ manier van spelen – en een concertprogramma samenstellen – is heden ten dage het vertolken van literatuur. Dat was ten tijde van de Renaissance en de Barok wel anders. Het handwerk van de organist bestond uit het beheersen van diverse vormen, zoals preludia, fuga’s, chaconnes en diverse typen koraalbewerkingen. In de ‘Grosse GeneralBaß-Schule van Johann Mattheson (1681-1764), lezen we wat er verlangd werd van een musicus die solliciteerde naar de post van Domorganist te Hamburg:

1. Auf einem mässigen StimmWerk aus freiem Sinn kurtz zu präludieren; im Modo minori… anzufangen und im Modo majori… aufzuhören, so dass er ungefehr drey biss vier Minuten wähe massen die Präludien vornehlich dazu dienen, dass man mittelst derselben die Zeit genau eintheilen und mit guter Art aus einem Ton in den andern kommen möge. Es muss aber nichts studiertes oder auswendig-gelerntes sen.

Met een matig sterke klank vrij preluderen. Daarbij in mineur beginnen en in …majeur eindigen. Het geheel moet ongeveer drie tot vier minuten duren. Binnen het preludium moet de indeling en timing goed kloppen, zodat er op logische wijze van de ene naar de andere toonsoort gemoduleerd wordt. Het mag echter niet een bestaand of uit het hoofd geleerd stuk zijn.

2. Folgendes leichte Fugen-Thema auf das beste im vollen Werk so auszuführen, dass die Mittel-Stimmen auch ihr Teil daran nehmen können und nicht stets in den äussersten gearbeitet werde: (verlangt wird eine Fuge mit chromatischem Gegensatz, Engführungen und Spiegelungen).

Het volgende eenvoudige fugathema bij voorkeur met een plenumklank uitwerken. Niet alleen de buitenstemmen moeten het Thema bevatten, maar ook de middelste stemmen. (Er worden een chromatisch contrasubject, stetti en omkeringen verwacht)

3. Den jedermann und täglich-gebräuchlichen Choral-Gesang … auf das andächtigste zu tractieren; einige Variationes darüber anzustellen, absonderlich aber denselben auf zweien Klavieren, deren eines starck, das andere gelinde angezogen, mit dem Pedal, in einer reinen unvermischten, dreistimmigen Harmonie (Trio) ohne Verdopplung des Basses herauszubringen.

Het bij allen bekende en gebruikelijke kerklied … grondig bewerken. Enige variaties daarover maken, zowel op 1 als op 2 manualen, waarbij het ene manuaal luider is dan het andere. Ook met het pedaal en als trio, waarbij het verdubbelen van de bas vermeden moet worden.

4. Aus dem Subjecto einer Arie einen kurzen Modulum zu ergreifen und eine Nachahmung darüber in vollem Werck anzustellen: so dass diesselbe entweder in der Form einer Chaconne oder einer freien Fantasie gleichsam zum Ausgange dienen könne…

Gott gebe seine Gnade dazu!

Uit het thema van een aria een kort motief nemen en op basis daarvan een plenumwerk als ‘uitleidend orgelspel’ maken. Dat kan in de vorm van een vrije fantasie of een chaconne.

God geve zijn genade voor dit alles!

In deze Orgelprobe werd dus geen Literatuur verlangd: de stadsorganist werd uitsluitend op basis van zijn improvisaties beoordeeld. Opvallend is dat men verwachtte dat er op het niveau van een compositie geïmproviseerd werd. Geen vrijblijvende fantasieën, maar duidelijk omschreven vormen, waarbinnen de creativiteit moest opbloeien.

De conclusies van Sietze de Vries zijn als volgt: Door de verregaande systematisering van ons muziekonderwijs is dit ambacht voor een groot deel verdwenen. Waar vroeger van generatie op generatie het ambacht werd overgedragen, ligt de volle nadruk nu op het snel verkrijgen van een goede techniek met behulp van het notenschrift. Omdat de juiste volgorde: eerst een taal spreken voordat je gaat lezen en schrijven- ontbreekt, kunnen veel musici alleen nog ‘voorlezen uit andermans werk’. Methodes, die vanaf het begin gebaseerd zijn op het notenschrift, vervangen het natuurlijke leerproces waarbij het inwendige gehoor gevormd wordt. Het op jonge leeftijd aanbieden en aanleren van muziek als moedertaal is daarom wat mij betreft één van de belangrijkste opgaven voor huidige en komende generaties.

23 maart 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Erik van der Heijden, Dick Troost en Ad Verhage

Verschillende toetsinstrumenten – Skrabl orgel, kistorgel, klavecimbel

Programma 23 maart 2019

1.Sonata a tre organi
drie orgels
Pietro Valle Milanese (1720 – 1770)
2.Uit Suite c-moll:
• Allemande
• Courante
orgel en klavecimbel
Georg Friedrich Händel (1685 – 1759)
3.Retrospection
drie orgels
Kees Schoonenbeek (*1947)
4.Pastorale a 6
• Sostenuto
• Allegretto
• Sostenuto
• Allegro vivace
drie orgels
Felice Moretti (= Padre Davide da Bergamo) (1791 – 1863)
5.Concerto II cembali obligato in a-moll
• Allegro
• Affettuoso
• Allegro
orgel en klavecimbel
Johann Ludwig Krebs (1713 – 1780)
6.Samsam
twee orgels
Dick Troost (*1949)
7.Suonata a 6
drie orgels
Vincenzo Panerai (1750 – 1790)

Bij het programma

In Italië en Spanje heeft het orgel vanouds een liturgische functie, reden waarom orgels dikwijls nabij het liturgisch centrum (altaar) stonden opgesteld. In de zeventiende eeuw ontstond in de San Marcobasiliek in Venetië een praktijk waarin koren en instrumenten op verschillende plaatsen in de kerk werden opgesteld. Dit inspireerde componisten, waarvan Giovanni Gabrieli als belangrijkste kan worden beschouwd, tot creatieve muzikale composities waarin dynamiek (hard/zacht), klankkleur (instrumentgroepen) en ruimtelijke werking een grote rol spelen. In het programma van dit concert zijn late echo’s van deze praktijk te horen in de werken van de Italianen Valle, Da Bergamo en Panerai. In de werken van Händel, Krebs en Troost is sprake van een dialoog tussen de spelers en hun instrumenten. De compositie van Schoonenbeek is gebaseerd op Sweelincks ‘Mein jungens Leben hat ein End’. De melodie wordt in een rustig driegesprek op verschillende manieren belicht, waarbij Sweelincks werk enkele keren letterlijk wordt geciteerd. Gaandeweg verandert het rustige karakter en lijkt het of de drie spelers elkaar niet meer (willen) verstaan…

Erik van der Heijden (*1971) kreeg orgellessen van Christiaan Verburg, Bert Wisgerhof, Reitze Smits (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht), Theo Jellema en Bert Matter (improvisatie); klavecimbellessen van Léon Berben en studeerde enkele jaren muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Hij nam deel aan interpretatiecursussen in binnen- en buitenland bij Albert de Klerk, Jan Willem Jansen, Andrea Marcon en Andrés Cea Gálan. Hij gaf concerten in diverse Europese landen en in Siberië, publiceerde twee boeken en diverse artikelen over orgels en maakte diverse cd-opnamen. Momenteel is hij als teamcoördinator werkzaam bij de Christelijke Hogeschool Ede.

Dick Troost (*1949) ontving orgel- en theorielessen van Bé Hollander en studeerde aan het Utrechts Conservatorium orgel bij Nico van den Hooven (Akte Muziekonderwijs B met aantekening improvisatie, en Einddiploma Solospel), kerkmuziek bij Maarten Kooy, theorie der muziek bij Joep Straesser en improvisatie bij Jan Welmers. Later volgde hij directielessen bij onder anderen Jan Eelkema. Vanaf 1967 tot heden is hij organist en cantor van de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Ede, met een onderbreking in de jaren 1985 t/m 1989, toen hij werkte als cantor-organist van de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Den Haag. Van 1976 tot 2013 was hij onder meer docent orgel, muziektheorie en solfège, en koorscholing aan Cultura Kunsteducatie in Ede. Troost maakte als solist en begeleider radio-, televisie- en cd-opnamen en concerteerde in binnen- en buitenland. Hij componeerde een grote verscheidenheid aan vocale en instrumentale muziek, waaronder vier Nederlandstalige Passies. In 2007 vierde hij zijn veertigjarig jubileum als organist en cantor, ter gelegenheid waarvan hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Na eerdere publicaties van zijn hand verscheen in 2010 bij Boekencentrum 67 Voorspelen bij Psalmen voor orgel – Het kerkelijk jaar rond. Het boek biedt een jaarcyclus voorspelen bij de Geneefse introïtuspsalmen naar het Evangelisch-Luthers Dienstboek.

Ad Verhage (*1957) begon zijn orgelstudie op 10-jarige leeftijd aan de Zeeuwse Muziekschool bij Stoffel Gunst. Vanaf 1976 studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag  schoolmuziek (diploma in 1981). Daarnaast studeerde hij orgel bij Rienk Jiskoot, Wim van Beek en Johann Th. Lemckert en protestantse kerkmuziek bij Barend Schuurman en Theo Goedhart. In 1983 behaalde hij het diploma uitvoerend musicus orgel en in 1984 het diploma protestantse kerkmuziek. Hij was verbonden aan diverse kerkelijke gemeenten als organist en cantor. Momenteel is hij docent muziek aan de Christelijke Hogeschool Ede, cantororganist van de Andrieskerk te Amerongen en organist van de Westerkerk te Veenendaal. Hij geeft regelmatig orgelconcerten en van het nieuwe Skrabl-orgel in de Westerkerk maakte hij zijn eerste solo-cd.

13 april 2019   –   16.00 uur, Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Veenendaals Kamerkoor o.l.v. Herman Mussche

Stabat Mater, Haydn

Programma 13 april 2019

Het programma is nog niet bekend.
1.
2.
3.

Contact:

info@westerkerkmuziekveenendaal.nl

Donaties

Uw donaties zijn van harte welkom op
IBAN: NL27 RABO 0157390217 t.n.v.
Stichting Westerkerkmuziek Veenendaal