Op 23 maart spelen Erik van der Heijden, Dick Troost en Ad Verhage op verschillende toetsinstrumenten. In Italië en Spanje heeft het orgel vanouds een liturgische functie, reden waarom orgels dikwijls nabij het liturgisch centrum (altaar) stonden opgesteld. In de zeventiende eeuw ontstond in de San Marcobasiliek in Venetië een praktijk waarin koren en instrumenten op verschillende plaatsen in de kerk werden opgesteld. Dit inspireerde componisten, waarvan Giovanni Gabrieli als belangrijkste kan worden beschouwd, tot creatieve muzikale composities waarin dynamiek (hard/zacht), klankkleur (instrumentgroepen) en ruimtelijke werking een grote rol spelen. In het programma van dit concert zijn late echo’s van deze praktijk te horen in de werken van de Italianen Valle, Da Bergamo en Panerai. In de werken van Händel, Krebs en Troost is sprake van een dialoog tussen de spelers en hun instrumenten. De compositie van Schoonenbeek is gebaseerd op Sweelincks ‘Mein jungens Leben hat ein End’. De melodie wordt in een rustig driegesprek op verschillende manieren belicht, waarbij Sweelincks werk enkele keren letterlijk wordt geciteerd. Gaandeweg verandert het rustige karakter en lijkt het of de drie spelers elkaar niet meer (willen) verstaan…