23 oktober 2021

Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest
o.a.  Wassenaer, Brandse en Wagenaar

27 november 2021

Kanako Inoue, piano
Schubert en Chopin

18 december 2021

Christelijke Oratorium Vereniging Veenendaal o.l.v. Hans Lamers
o.a. Messe de Minuet van Marc Antoine Charpentier en Concerto Grosso per la notte natale van Corelli

22 januari 2022

AMEZA – Ars Musica Ensemblezang Academie
o.a. Schütz, Bach, Britten en Pärt

19 februari 2022

Pianoduo Beth & Flo
Shostakovich en Poulenc

12 maart 2022

Veenendaals projectkoor en orkest o.l.v. Wouter Verhage
J.S. Bach, Johannes Passie versie 1725
onderdeel van het project #passietijd in Veenendaal

2 april 2022

Ensembles HKU – afdeling Historische uitvoeringspraktijk
Kamermuziek uit de 17e en 18e eeuw

23 april 2022

HERA vrouwenkamerkoor
Bespiegeling

21 mei 2022

Caecilia Camerata kamerorkest o.l.v. Jasper de Waal
Händel, Mozart en Respighi

25 juni 2022

Veenendaals projectkoor en -orkest o.l.v. Kees Jan de Koning
Petite Messe Solennelle, Giacomo Rossini

23 oktober 2021 – 16:00 uur – Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest

Werken van o.a. Wassenaer, Brandse en Wagenaar

met medewerking van Geerten Liefting, orgel

Reserveer hier uw plaats(en)Bij binnenkomst in de Westerkerk moeten wij uw corona QR-code scannen, of het bewijs van een negatieve test niet ouder dan 24 uur. Ook het tonen van een ID-bewijs is verplicht.

Programma:

1.Symfonietta
• Allegro molto
• Andantino malancolico
• Allegretto gracioso
Wim Brandse (1933 – 2011)
2.Besijden den vos Reinaerde
tekst: Marielle Schlicher
Hardy Mertens (1960)
3.Improvisatie op orgel Geerten Liefting (1983)
4.Sunday (première)
• De ochtend
• De middag
• De avond
Geerten Liefting
5.Concerto Armonico IV, deel 3 en 4
• Largo affetuoso
• Allegro
Unico van Wassenaer (1692 – 1766)
6.Romantisch intermezzo Johan Wagenaar (1862 – 1941)
7.Improvisatie op orgel Geerten Liefting
8.Tango Suite
• Ouverture
• Scherzo
• Melanconico
• Energia
Tim Fletcher

Het programma: Een ensemble van spelers uit het Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest o.l.v. van Tim Fletcher neemt u mee door ruim vierhonderd jaar Nederlandse muziek. Barokmuziek, muziek uit de romantiek en hedendaagse werken wisselen elkaar af. Onverwacht mooie en bijzondere muziek van eigen bodem, soms gearrangeerd van muziek voor een oorspronkelijk andere bezetting, maar met verrassend veel muziek die speciaal voor accordeonorkest werd geschreven.
Componist en organist Geerten Liefting schreef speciaal voor dit programma een compositie die hier in première zal gaan. Daarnaast zal Geerten Liefting een tweetal improvisaties geven op orgel in de stijl van deze Nederlandse componisten.

​Het Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest (NSAO) is opgericht in 2008 en staat onder leiding van dirigent Tim Fletcher.
Het orkest is opgericht als Accordeonorkest REL: een afkorting van de twee orkesten waarmee het is gestart. De spelers komen inmiddels uit het hele land en in 2016 is besloten de naam te veranderen in het beter passende Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest.
Voor Nederlandse begrippen een groot accordeonorkest, bestaande uit 34 accordeonisten verdeeld over 12 partijen èn 2 slagwerkers. Gemiddeld komt men één keer per maand samen om te repeteren in Bennekom. Het Nederlands Symfonisch Accordeon Orkest voert bijzondere muziek voor accordeonorkest uit op hoog niveau, waarbij de muzikaliteit op de eerste plaats komt. Het repertoire bestaat onder andere uit nieuwe composities voor accordeonorkest en arrangementen van klassieke werken en hedendaagse muziek.

Het orkest heeft ongeveer één keer per jaar een mooi project om naar toe te werken, van festivals en concoursen in het buitenland, tot het spelen op zelf georganiseerde REL / NSAO festival in eigen land. Ook vindt men het leuk om samen met andere ensembles en orkesten concerten te organiseren.

De huidige dirigent en tevens initiator van NSAO is Tim Fletcher. Tim studeerde accordeon aan het Rotterdams conservatorium bij Miny Dekkers. Tijdens zijn studie volgde hij Masterclasses in Graz, Berlijn, Kopenhagen en Rotterdam bij vooraanstaande accordeonisten. Hij speelde jarenlang basaccordeon en later 1e accordeon bij het professionele accordeonensemble D’acht. Nu speelt hij met name bandoneon bij onder andere het Piazzo Ensemble. Dirigeerlessen volgde Tim bij Jac Willems, Daan Admiraal, Arie van Beek en Jos van der Sijde en hij studeerde af in directie bij Alex Schillings aan het conservatorium in Zwolle. Tim gaf een aantal jaar les in accordeon-orkestdirectie aan het Artiance in Alkmaar en dirigeert nu bij vijf accordeonverenigingen, waaronder Brouwer’s Akkordeonorkest. Hij wordt regelmatig gevraagd voor de directie van play-ins, weekenden en bijzondere projecten.  Naast spelen en dirigeren arrangeert en componeert hij voor de ensembles waarin hij speelt, de orkesten die hij dirigeert en op aanvraag. Hij is ook actief in de organisatie van het jaarlijkse NOVAM orkestenfestival.

Middels projecten probeert Tim meer aandacht te vestigen op accordeonorkesten en op die manier de kwaliteit van accordeonorkesten en waardering voor accordeonorkesten te verbeteren. Successen waren onder andere de REL / NSAO festivals en met STRACC (een tijdelijk professioneel ensemble van strijkers en accordeonisten wat onder zijn leiding stond) het gesammtkunstwerk ‘Het einde der tijden’: muziek, beeldende kunst en theater met voorstellingen door het hele land.

Geerten Liefting (Nijkerk, dec 1983) Studeerde Orgel, Kerkmuziek, Improvisatie, Compositie en Koordirectie aan het Conservatorium van Utrecht, Antwerpen en Rotterdam bij onder meer Reitze Smits, Wim Henderickx, Luc van Hove en Wiecher Mandemaker. Daarnaast studeerde hij Improvisatie bij Hayo Boerema en Cor Ardesch en compositie bij Peter Jan Wagemans. Geerten is sinds augustus 2007 dirigent-organist van de Heilige Bonaventura te Woerden en tevens assistent-organist van de Grote of St. Laurenskerk te Rotterdam en vesperorganist van de Domkerk te Utrecht. Als organist won hij eerste en tweede prijzen op diverse grote internationale concoursen. Hij trad op bij producties van bijvoorbeeld Festival Voor de Wind, Culturele Caravaan en verzorgde grote producties met koren als de Laurenscantorij, het Ribatutta Ensemble en het Nederlands Blazersensemble. In 2013 won hij de eerste prijs op het Hinsz- compositieconcours te Kampen, waar het Nederlands Kamerkoor zijn werk ‘Renovatio Mundi’ in première bracht. Geerten geeft veel concerten en componeert voor diverse bezettingen.

27 november 2021 – 16:00 uur – Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Kanako Inoue, piano

Werken van Franz Schubert en Fréderic Chopin

Programma:

1.Pianosonate in a-moll, D. 845
I. Moderato
II. Andante poco moto
III. Scherzo: Allegro vivace - Trio: Un poco più lento
IV. Rondo: Allegro vivace
Franz Schubert (1797 – 1827)
2.Ballade nr. 1 in g-mineur, opus 23Fréderic Chopin (1810 – 1849)
3.NocturneFréderic Chopin
4.Barcarolle in Fis-dur op. 60Fréderic Chopin

Kanako Inoue werd geboren in Ibaraki, Japan. Geïnspireerd door haar oudere broer, die pianoles volgde op de plaatselijke muziekschool, begon ze op vierjarige leeftijd met pianospelen. Vanaf dat moment ontwikkelde ze snel haar vaardigheden op de piano. In Ibaraki kreeg ze les van leraren aan het Toho-Gakuen conservatorium in Tokyo. Toen Kanako vijftien was, ging ze naar Tokyo om piano te studeren bij Fujiko Yamada.

Kanako was geïnteresseerd in de manier waarop klassieke muziek in Europa wordt ervaren. Na het behalen van haar bachelor in 2005 besloot ze deel te nemen aan “Musik Zentral”, een zomercursus in Oostenrijk om vervolgens te stoppen met spelen. Maar de zomercursus werd een enorme eye-opener voor haar en gaf haar een impuls om zich verder te ontwikkelen. De cursus gaf haar de kans om grote Europese meesterpianisten te ontmoeten. Geraakt door haar pianospel nodigde Martijn van den Hoek, een bekende Nederlandse pianist, haar uit om te komen studeren aan het Utrechts Conservatorium. Het jaar daarop ging ze naar Nederland. In 2008 behaalde Kanako haar Masterdiploma voor piano. Vanwege haar affiniteit met Mozart bleef ze Fortepiano studeren aan het Amsterdams Conservatorium bij Stanley Hoogland.

Tijdens haar verblijf in Europa ontwikkelde Kanako liefde voor kamermuziek. Met haar warme en open persoonlijkheid is ze goed toegerust om andere uitvoerenden, muzikanten en dansers te begeleiden. Ze is dan ook een van de meest gevraagde pianisten van Nederland. Met zangeres Bernadeta Astari besloot ze een duo te vormen. Samen volgden ze vele kunstliedmasterclasses in Europa en traden ze op in Nederland, Japan en Indonesië. Ze werden ook uitgenodigd om op te treden in Het Concertgebouw Amsterdam tijdens de Dutch Classical Talent Tour in 2012. Sindsdien trad Kanako ook op met veel jonge getalenteerde zangers als Rosina Fabius en Michael Wilmering. Samen met Rosina Fabius ging ze naar Baden bei Wien, Oostenrijk, om de zomercursus “Franz Schubert Instituut” te volgen. Sindsdien treden ze intensiever samen op.

Sinds 2010 is Kanako de officiële begeleider van de strijkers op het Peter de Grote Festival in Groningen. Ze werd de pianist in résidence van het Cugnon Project, dat wordt georganiseerd door de inspirerende viooldocent Chris Duindam. Ook organiseert Kanako veel concerten met strijkers onder wie Emma Besselaar, Olivia Doflein, Johan Olof, Mario Rio en Anna Steenhuis. Verder is ze betrokken bij de kamermuziekensembles Trio Augusta en het Bernadeta Astari trio.

Kanako houdt zich ook graag bezig met dans. Ze werkte als gastpianist bij het Conservatorium Rotterdam Balletacademie, de Nationale Balletacademie Amsterdam en de Junior Company van Het Nationale Ballet. Ze heeft een betrekking aan het conservatorium van Den Haag als pianist bij de dansopleiding.

De Pianosonate in A minor D. 845 (Op.42) van Franz Schubert werd gecomponeerd in mei 1825 en getiteld Première Grande Sonata, Het is de eerste van drie sonates die tijdens het leven van de componist zijn gepubliceerd, de andere zijn D.850 en D.894. Deze werken, opgevat als een reeks, werden gecomponeerd tijdens wat naar verluidt een periode van relatief goede gezondheid en levenskracht was voor Schubert, en worden geprezen om hun kwaliteit en ambitie. Vooral deze eerste sonate markeert een belangrijke stap in de richting van de volwassen pianosonatestijl van de componist; de opbouw en een aantal karakteristieke stilistische elementen lopen door in de laatste.

I. Moderato

Het eerste deel is gecomponeerd in een atypische sonatevorm. Een klagende, ietwat onheilspellende pianissimo unisono-octaaffrase, versierd met een mordent opent het werk met een contrasterende akkoordopeenvolging. De ontwikkeling is ongebruikelijk voor zijn tijd en wordt gekenmerkt door een gevoel van tijdsvertraging en dwaling, Het is een vroeg voorbeeld van dit bepalende kenmerk van Schuberts volwassen werken. Het 1e deel is over het algemeen rustig en ontspannen, onderbroken door dramatische climaxen en een daverende coda.

II. Andante poco moto

Het tweede deel omvat 5 variaties op een eenvoudig tweedelig thema van 32 maten met contrapuntische en chromatische elementen. De eerste variatie introduceert een chromatische versiering die het verder grotendeels ongewijzigde thema begeleidt. De tweede variatie is een energieke, rijkelijk versierd scherzando met doorlopende chromatische en kleine accenten. De sombere, dramatische derde variatie zit in de parallelle mineur, met een opmerkelijk gebruik van dissonantie. In variatie vier klinkt een virtuoze reeks snelle 32ste noten die veel gebruik maakt van chromatiek en pianistische versieringen. De laatste variatie, terug in C majeur, is relatief eenvoudig, met herhaalde akkoorden in triolen van achtste noten en een pastoraal karakter.

III. Scherzo: Allegro vivace – Trio: Un poco più lento

In samengestelde ternaire vorm bevat het schimmige, levendige scherzo elementen van het eerste deel en synthetiseert, versterkt en vat de harmonische en thematische relaties uit de hele sonate samen, een benadering die Schubert gebruikt in de scherzi in zijn volwassen pianosonates. Vreemde fraselengtes, plotselinge effecten en onvoorbereide modulaties geven het scherzo een eigenzinnig karakter. Het pastorale F majeur trio, een zacht wiegend intermezzo met zachte dynamiek, staat in schril contrast tot de hoekdelen.

IV. Rondo: Allegro vivace

Dit deel heeft een sonate-rondovorm met verkorte reprise. Het toccata-achtige rondo-thema begint, net als het allegro- en scherzo-thema, in A mineur en moduleert al snel naar C majeur. De akkoordopeenvolging van het eerste en derde deel verschijnt opnieuw prominent in de tussenliggende episodes. Het slotdeel is effectief opgebouwd, zeker voor een Schubert-finale, en eindigt stevig met een accelerando slotdeel.

De Nocturne in B majeur opent met twee inleidende akkoorden. Na een pauze komt er een melodie in B majeur tevoorschijn. In het begin verloopt de compositie zacht en soepel. Het stuk verandert al snel in declamatie, geleid door een stem in het bovenste register, en na een snelle toonladder in de rechterhand is er een snelle herhaling van het hoofdthema. Dan begint het B-deel van dit ternair gemaakte (ABA) stuk. Dit middengedeelte begint zacht, maar het kan het ook worden omschreven als geremd, met onbehagen, veroorzaakt door het spelen van syncope van de linkerhandakkoorden. Chopin eindigt dit gedeelte met harmonische subtiliteit en delicatesse. Het hoofdgedeelte van de Nocturne keert terug. De openingsmelodie wordt verfraaid door continue figuratie met veel trillers. Het hoofdthema eindigt met een oplossing in B majeur, in een bijzonder lange coda die eindigt met een eenvoudige en vredige harmonische zin. De verfraaiing bij de terugkeer van het hoofdthema is vaak vergeleken met een Italiaanse da capo-aria, in Italiaanse belcanto-stijl.

De Ballade nr. 1 in G minor, Op. 23 werd door Frédéric Chopin voltooid in 1835. Het is een van Chopins meest populaire werken. Het werk duurt negen tot tien minuten. De ballade dateert uit schetsen die Chopin in 1831 maakte tijdens zijn verblijf van acht maanden in Wenen. Het werd voltooid in 1835 na zijn verhuizing naar Parijs, waar hij het opdroeg aan Baron Nathaniel von Stockhausen, de Hannoveraanse ambassadeur in Frankrijk. In 1836 schreef Robert Schumann: “Ik heb een nieuwe Ballade van Chopin. Het lijkt mij het werk dat het dichtst bij zijn genie staat (hoewel niet het meest briljante). Ik vertelde hem zelfs dat het mijn favoriet is van al zijn werken. Na een lange, reflectieve pauze zei hij nadrukkelijk: ‘Ik ben blij, want ook ik vind het het mooiste, het is mijn liefste werk.’

De Barcarolle in Fis majeur, Op. 60, werd gecomponeerd tussen de herfst van 1845 en de zomer van 1846, drie jaar voor zijn dood. Gebaseerd op het ritme en de sfeer van de barcarolle, heeft het een overweldigend romantische en licht weemoedige toon. Veel van de technische figuren voor de rechterhand zijn tertsen en sexten, terwijl de linkerhand een zeer grote omvang heeft van meer dan een octaaf. Het middengedeelte is in A majeur, en het tweede thema van dit gedeelte wordt aan het einde van het stuk in Fis herhaald. Dit is een van Chopins laatste grote composities, samen met zijn Polonaise-Fantasie, Op. 61. Het wordt vaak beschouwd als een van zijn meer veeleisende composities.

18 december 2021 – 16:00 uur – Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal

Christelijke Oratorium Vereniging Veenendaal o.l.v. Hans Lamers

o.a. Messe de Minuit van Marc Antoine Charpentier en Concerto Grosso per la notte natale van Corelli

Programma:

1.Messe de Minuit
• Kyrie
• Gloria
• Credo
• Sanctus
• Agnus Dei
Marc-Antoine Charpentier (1643 – 1704)
2.Concerto grosso in G minor 'Fatto per la Notte di Natale', Op.6 nr. 8.
• Vivace
• Grave
• Allegro,
• Adagio – Allegro – Adagio
• Vivace
• Allegro
• Largo - Pastorale
Arcangelo Corelli (1653 – 1713)
3.uit l'Enfance du Christ:
• l'Adieu des bergers à la sainte famille
Hector Berlioz (1803 – 1869)
4.Uit het oratorium 'Christus'
• Die Geburt Christi
Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847)
5.Een Engelse Christmas Hymn
• O come, all ye faithful
Arr. David Willcocks, Jan Mannee

Medewerkenden:

  • Simone de Koning, en Henriette Wesselo, sopraan
  • Fransje Christiaanse, alt
  • Guus Fennema, tenor
  • Bert van Kooten, bas
  • Lysanne van de Poel en Ad van Vliet, blokfluit
  • Een strijkorkest onder aanvoering van Lothar Blom
  • ???, dwarsfluit
  • Theo-Hans Kuijvenhoven, hobo
  • ???, fagot
  • Ad Verhage, orgel

De Christelijke Oratorium Vereniging in Veenendaal (COV) is opgericht op 31 januari 1942 en telt ruim 65 leden. Het repertoire bestaat uit zowel klassieke als moderne koorwerken, oratoria en passionen. Een kleine greep uit onze meest recente concerthistorie:

  • The Messiah van Händel
  • Weihnachtsoratorium van Bach
  • Matthäus Passion van Bach
  • Gloria van Vivaldi
  • Oratorio de Noel van Saint Saens
  • Magnificat van Bach
  • Paulus van Mendelssohn
  • Geluid van de Vrijheid van Carl Wittrock
  • Songs of Liberation van Harrie Janssen

Hans Lamers  (*1956, Millingen aan de Rijn) studeerde  orkest- en koordirectie (einddiploma UM) aan het stedelijk conservatorium te Arnhem. In 1987 nam hij met succes deel aan de internationale dirigentenmasterclass onder leiding van de vermaarde Duitse dirigent Kurt Sanderling te Weimar. Reeds tijdens zijn opleiding dirigeerde hij diverse koren, orkesten en ensembles, doceerde een aantal jaren muziek als eindexamenvak op een scholengemeenschap en leerde veel jonge muzikanten samenspelen in de symfonieorkesten van de muziekscholen te Doetinchem en Dieren. In 1980 werd Hans Lamers vaste dirigent van het Gelders Opera- en Operette Gezelschap, een hechte en inspirerende verbintenis tot op de dag van vandaag. Onder zijn artistieke leiding groeide het GOOG uit tot een toonaangevend muziektheatergezelschap. Een indrukwekkende lijst van optredens in vele Nederlandse en Belgische concertzalen, theaters, radio- en televisie studio’s, geven blijk van veelal prachtige producties met gerenommeerde solisten en orkesten. Naast het GOOG is Hans Lamers momenteel als dirigent werkzaam bij het Toonkunstkoor Zutphen en Omstreken en bij de Osse Opera Vereniging. Deze combinatie van het klassieke oratoriumrepertoire met het genre opera, typeert zijn brede belangstelling voor muziek maar tevens de wijze waarop hij het liefst muziek interpreteert en met zangers werkt. Voorts wordt hij regelmatig uitgenodigd als gastdirigent, cursusleider of jurylid. Sinds 2007 is hij gastdocent muziektheater aan het Conservatorium van Tilburg. Als stafmedewerker muziektheater bij de stichting UNISONO/KUNSTFACOR (het landelijk instituut voor de amateurmuziek) te Utrecht, leverde hij ruim 12 jaar lang een bijdrage aan ondersteuning en kwaliteitsverbetering van het Nederlands amateur muziektheater. In die hoedanigheid organiseerde hij vele cursussen voor dirigenten, regisseurs en zangers en was de motor achter een aantal grote muziektheater producties in het kader van het Internationaal Koorfestival (IKF) te Arnhem. Sedert juni 2008 is Hans Lamers dirigent van de COV in Veenendaal.  In april 2009 werd onder zijn leiding “Ein Deutsches Requiem”van Johannes Brahms opgevoerd.  Hierop volgden in 2009 de Messiah van Händel en in 2011 de Matthäus Passion van Bach, met 2011 kerst een zeer gevarieerd concert met werken van Bach, Vivaldi, Vaughan Williams, Saint Saens en Pärt en in maart 2012 een concert in de Westerkerk met korte werken van enkele baanbrekende 19de en 20ste eeuwse componisten.

Marc-Antoine Charpentier was een van de meest vooraanstaande musici van het laat zeventiende-eeuwse Frankrijk. Als jonge man had hij drie jaar in Rome gestudeerd bij een van de toonaangevende Italiaanse componisten van die tijd, Giacomo Carissimi, bij wie hij – uit de eerste hand – waardevolle ervaring opdeed met opera en oratorium – beide relatief nieuwe vormen in die tijd. Toen hij terugkeerde naar zijn geboorteland Parijs, zette hij deze vaardigheden effectief in, componeerde hij een aantal opera’s en bracht hij het dramatische oratorium voor het eerst naar Frankrijk. Charpentier’s productie van geestelijke muziek was wonderbaarlijk en bestond uit zo’n vijfendertig oratoria, elf miszettingen, meer dan tweehonderd motetten en het bekende Te Deum, waarvan de ouverture wordt gebruikt als herkenningsmelodie voor het Eurovisie Songfestival (het is nogal ironisch dat de muziek van een componist die tijdens zijn leven voortdurend moest worstelen om erkenning te krijgen, nu bekend is bij miljoenen mensen in heel Europa!). Charpentier voelde zich vooral aangetrokken tot het schrijven van kerstmuziek, het produceren van instrumentale kerstliederen, Latijnse oratoria over kerstthema’s, Franse pastorales en een kerstmis – de heerlijke Messe de Minuit pour Noël. Dit stuk dateert van rond 1690 en is waarschijnlijk gecomponeerd voor de grote jezuïetenkerk van St. Louis in Parijs, waar Charpentier de belangrijke post van maître de musique bekleedde.  Het gebruik van populaire kerstliederen in kerkmuziek was lange tijd een geaccepteerde praktijk geweest. In Engeland werden kerstliederen vaker gezongen dan gespeeld, maar in Frankrijk speelden noëls een prominente rol in het omvangrijke Franse orgelrepertoire. De liturgie van de middernachtmis maakte het zingen en spelen van deze kerstvolksliederen mogelijk, en in Charpentiers tijd waren vrij complexe instrumentale arrangementen gemeengoed. Het idee van Charpentier om een ​​hele mis op deze liederen te baseren was echter volkomen origineel. In totaal zijn er in de ‘Messe de Minuit’ elf noëls, waarvan de meeste een dansachtig karakter hebben en de seculiere oorsprong van het kerstlied weerspiegelen. Naast de melodieën van de Noëls die hij aanpaste aan verschillende delen van de mistekst, componeerde Charpentier ook nieuw materiaal, zoals de langzame delen ‘Et in terra pax’ aan het begin van het Gloria en het ‘Et incarnatus est’ in het Credo. Het zegt veel over het vakmanschap van de componist dat deze heel verschillende idiomen zo naadloos en overtuigend in elkaar overlopen.  Tijdens zijn leven werd heel weinig van Charpentiers muziek gepubliceerd. Net als een aantal van zijn collega’s leed hij enorm onder de wurggreep die zijn illustere maar gewetenloze tijdgenoot Jean-Baptiste Lully op de Parijse muziek uitoefende. Pas aan het einde van de twintigste eeuw heeft de muziek van Charpentier een substantiële opleving gekend, met als gevolg een herwaardering van zijn ware plaats in de Franse muziek. Tekst: John Bawden.

Het Concerto grosso in g mineur, op. 6, nr. 8 van Arcangelo Corelli, algemeen bekend als het Kerstconcert, werd in opdracht van kardinaal Pietro Ottoboni gemaakt en postuum gepubliceerd in 1714 als onderdeel van Corelli’s Twaalf concerti grossi, Op. 6. Het concerto draagt ​​het opschrift Fatto per la notte di Natale (gemaakt voor de nacht van Kerstmis). De compositiedatum is onzeker, maar er is een document van Corelli die in 1690 een kerstconcerto uitvoerde voor het plezier van zijn nieuwe beschermheer. Het concerto is geschreven voor een ensemble bestaande uit twee concertino-violen en cello, ripieno-strijkers en continuo. Het werk is gestructureerd als een concerto da chiesa, een kerksonate, in dit geval uitgebreid van een typische vierdelige structuur naar zes: Vivace, Grave, Allegro, Adagio – Allegro – Adagio, Vivace, Allegro, Largo – Pastorale.

L’enfance du Christ, Opus 25, is een oratorium van de Franse componist Hector Berlioz, gebaseerd op de vlucht van de Heilige Familie naar Egypte (zie het evangelie van Matteüs 2:13). Berlioz schreef zijn eigen tekst voor het stuk. Het grootste deel werd gecomponeerd in 1853 en 1854, maar het bevat ook een eerder werk ‘De vlucht naar Egypte’ (1850). Het werd voor het eerst uitgevoerd in de Salle Herz, Parijs op 10 december 1854, onder leiding van Berlioz en solisten van de Opéra-Comique. Berlioz beschreef de kindertijd van Jezus als een heilige trilogie. De eerste van de drie delen toont koning Herodes die opdracht geeft tot het afslachten van alle pasgeboren kinderen in Judea; de tweede toont de Heilige Familie van Maria, Jozef en Jezus die op weg zijn naar Egypte om de slachting te vermijden, na gewaarschuwd te zijn door engelen; en het laatste deel portretteert hun aankomst in de Egyptische stad Sais, waar ze onderdak vinden bij een familie van Ismaëlieten. Berlioz was als volwassene niet religieus, maar bleef zijn hele leven ontvankelijk voor de schoonheid van de religieuze muziek die hem als kind in vervoering had gebracht. L’enfance du Christ vertoont ook enige invloed van de Bijbelse oratoria van Berlioz’ leraar Jean-François Le Sueur. L’adieu des bergers (Het afscheid van de herders) is waarschijnlijk het meest bekende deel, vaak afzonderlijk uitgevoerd, los van de andere delen van het oratorium.

Met zijn twee oratoria Paulus (1836) en Elias (1846) gaf Felix Mendelssohn het Duitse oratorium een enorme impuls. Niet minder belangrijk was zijn herontdekking van Bachs Mattheus-Passion. Bij zijn dood in 1847 liet Mendelssohn echter nog een derde, helaas onvoltooid, oratorium na: Christus. Deze titel gaf de broer van de componist, Paul, aan de fragmenten van dit oratorium, postuum gepubliceerd als op. 97. Het componeren van dit werk werd voorgesteld door Christian Karl Josias von Bunsen, die het Duitse libretto uit Bijbelse bronnen samenstelde. Het componeren begon in 1846 en ging door tot in het laatste levensjaar van Mendelssohn. Gezien de opzet had het een soort magnum opus moeten worden. In drie omvangrijke delen wordt de levensloop van de Messias geschetst: de geboorte, het lijden en de wederopstanding. Alleen van de eerste twee delen is materiaal overgeleverd. Het eerste deel heet ‘Die Geburt Christi‘; dat bevat een sopraanrecitatief over de geboorte van Christus, twee refreinen “Wo ist der neugeborne?” ( “Waar is de pasgeborene?”) en “Es wird ein Stern aus Jacob aufgeh’n” ( “Er zal een ster uit Jacob voortkomen”) met Philipp Nicolai’s koraal “Wie schön leuchtet der Morgenstern”. Het tweede deel heet ‘Leiden Christi’. Dat Mendelssohn in zijn passiemuziek goed te rade is gegaan bij Bach, is duidelijk hoorbaar in de bloedstollende muziek in de dialoog tussen Pilatus en het volk. Vooral het ‘Kreuzige ihn’ roept sterke associaties op met de Bachs Mattheus, waarin Mendelssohn de dramatiek met priemende trompetten nog wat verder opschroeft. De eerste uitvoering vond plaats in 1852.